“Van zodra het me lukte om te schrijven, ben ik begonnen en ben ik niet meer gestopt”

Gepubliceerd op

Stijn Geerinck (42) is leerkracht in het secundair onderwijs en vader van twee kinderen. Twee en een half jaar geleden werd hij tijdens het fietsen aangereden door een dronken bestuurder. Het ongeval veranderde zijn leven totaal. Stijn liep een niet-aangeboren hersenletsel (NAH) op. En dat heeft heel wat gevolgen. We spraken met Stijn over de impact van een NAH, het zoeken naar nieuwe evenwichten en zijn pas uitgebrachte boek ‘Tussen hoop en hersenletsel’.

Hoe beleefde je de eerste momenten na het ongeval?

STIJN: “Vlak na het ongeval was mijn bewustzijn helemaal verdwenen, ik lag drie maanden zonder schedeldak in een ziekenhuisbed. Mijn hersenen waren zwaar gehavend en hadden ruimte nodig om te herstellen. Pas toen ze het schedeldak konden herplaatsen, begon mijn bewustzijnsniveau te stijgen. Voor mijn omgeving was dat een heel tastbare vooruitgang, maar zelf heb ik daar geen herinneringen van."

"Nu, meer dan twee jaar na het ongeval, kan ik gelukkig terugkijken op betekenisvolle vooruitgang. Maar de blijvende gevolgen van het letsel laten zich wel voelen.”

Welke blijvende veranderingen merk je zoal?

STIJN: “De gevolgen die ik ondervind, situeren zich op verschillende niveaus. Mijn prikkelverwerking is bijvoorbeeld fundamenteel veranderd. Mijn hersenen verwerken binnenkomende prikkels niet meer zoals vroeger.”

“Daarnaast kan ik me ook moeilijk oriënteren in tijd en ruimte. En ook concentratie vereist grotere aandacht, het kost me veel meer moeite en energie om me te concentreren.”

Hoe heeft het hersenletsel een impact op je leven?

STIJN: “Het heeft heel lang geduurd voordat ik mijn rol als vader naar behoren kon invullen. Voor lange tijd kon ik niet echt meer communiceren met mijn gezin. Ik had niet de draagkracht om energie te steken in mijn rol als papa. Dat is wel geleidelijk aan verbeterd maar ik voel voor mezelf wel een tekort.”

“Er is minder mogelijk dan vroeger, zeker ook op vlak van werkhervatting. Ik was leerkracht in het secundair onderwijs en kon gelukkig revalideren combineren met lesgeven. Officieel was ik wel volledig in ziekte, maar met ondersteuning van het UZ Gent kon ik aansluiting vinden bij mijn job. Vorig schooljaar probeerde ik eerst vier uur les te geven per week. Dit jaar heb ik dat kunnen opbouwen naar tien uur. Hiermee heb ik het mentaal wel moeilijk. Ik heb heel zinvol werk, ik kreeg veel voldoening en waardering in het verleden.”

“Als ik kon kiezen, zou ik terug voltijds werken want ik mis het, maar ik moet realistisch zijn.”

“Gaan voor een volledige tewerkstelling is overmoedig. Ik voel eigenlijk aan alles, fysiek en mentaal, dat dat moeilijk zou zijn. Maar inmiddels ben ik wel al uit mijn ziekteverlof en werk ik weer officieel deeltijds. Mijn absolute prioriteit is om er te zijn voor mijn twee jonge dochters. Ze hebben nood aan, en recht op, een bruikbaar perspectief op het leven en een papa die er staat. Als ik wil blijven functioneren in mijn gezin dan moet ik keuzes maken.”


Heb je nog steeds het sociale leven of de hobby’s van voor je ongeval?

STIJN: “Voor het ongeval was ik muzikant. Ik slaag er wel gedeeltelijk in om dat opnieuw te zijn. Maar het sociaal aspect van muzikant zijn, is voor mij te moeilijk. Als ik een concert of repetitie heb kunnen meespelen, dan is mijn potje leeg. Dan stopt het echt wel voor mij en moet ik naar huis. Gezellig nablijven zit er niet in. In een drukke sociale omgeving functioneren is moeilijk geworden. Ik probeer het wel af en toe want dat zit in mijn karakter, maar het is een enorme inspanning.”


Je ervaart heel wat gevolgen. Hoe ga je hiermee om en welke zaken geven je kracht?

STIJN: “Ik heb heel intensief moeten zoeken naar hulpmiddelen om om te gaan met mijn nieuwe situatie. Ik moet nu heel streng prioriteiten stellen en mijn gedrag aanpassen. Gelukkig vond ik een aantal hefbomen om een bruikbare doorstart te verwezenlijken.”

“De voornaamste hefboom is de omgang met mijn kinderen, plezier maken en spelletjes spelen. Daar krijg ik echt energie van. Ook muziek spelen helpt in de mate van het mogelijke. Ik ontdekte dat muziek maken een doorgedreven vorm van braintraining is. Ik heb me laten vertellen dat heel veel zones in je hersenen actief zijn als je muziek speelt. Ondanks mijn verstoorde prikkelverwerking lukt het, en dat geeft me een enorme boost omdat het ook zo’n sociaal gebeuren is.”

“Verder ben ik een langeafstandsloper. Ik noem het eigenlijk veredeld snelwandelen, want ik ben enorm traag geworden. In feite ben ik gigantisch traag geworden (lacht).”

“Maar van zodra ik uit mijn rolstoel geraakte ben ik beginnen wandelen en heb ik niet meer gelost.”

“Eerst was dat met een rollator in de tuin van de K7, het revalidatiecentrum van het UZ Gent, en onder toezicht van de revaldiatieartsen. Na verloop van tijd lukte het om te joggen. Het vergt energie om uit de zetel te komen, mijn kleren aan te doen en te vertrekken maar als ik na een uurtje terugkom, heb ik meer energie dan toen ik vertrok.”

“Iedereen zal andere hefbomen hebben, maar dat alles werkt voor mij. Ik heb het voor mezelf geformuleerd als: ‘rustig doorgaan met verder doen’. Bij het hardlopen moest ik bijvoorbeeld mijn tempo en de afstand enorm bijstellen maar ik doe verder. Ik hoop dat die denkwijze voor andere mensen die revalideren bruikbaar kan zijn.”


Wat wil je anderen meegeven vanuit jouw ervaring?

STIJN: “Ik wil duidelijk maken dat er ook in moeilijke fases in het leven waardevolle opties zijn. Hoeveel onverwachte en ongewilde gevolgen er ook zijn, een zinvolle verderzetting van het leven is mogelijk. Natuurlijk is het belangrijk om rekening te houden met terugvalscenario’s. Ik heb er heel veel gehad en heb er nog steeds, maar ik heb het gevoel dat ik ze stilaan meer en meer onder controle krijg. Ik kan een steeds realistischere inschatting maken van wat nog lukt.”


Heb je tips voor de naasten van iemand met een NAH?

STIJN: “Voor de omgeving is het belangrijk om samen een aanvaardingsproces door te maken. Ik hoop dat anderen ook de steun bieden die ik ervaren heb. Een van de grootste redenen waarom ik ver sta in mijn revalidatie is omdat ik enorm goed omringd was. Ook door mijn medische hulpverleners, maar vooral door mijn gezin en mijn ouders. Zij maken echt het verschil voor mij, het verschil tussen een leven zonder meer en een waardevol bestaan. En dat wens ik iedereen toe.”

Waarom besliste je om een boek te schrijven?

STIJN: “Omdat het mij geruststelde dat ik mentaal nog oké was. Van zodra het me lukte om te schrijven, ben ik begonnen en ben ik niet meer gestopt. Na verloop van tijd – en dat kwam wel als een verrassing – bleek dat boek een soort van middel te zijn om mijn denken te herstructureren.”

“De chaos was compleet en dankzij het schrijven kon ik toch wat structuur brengen.”

“Plots zat ik aan ongeveer negentig bladzijden en toen pas begon het me te dagen dat het wel eens een boek kon worden. Samen met mijn vrouw begon ik te structureren, het voorzag me voortdurend van geruststellingen. En die had ik echt nodig.”


Wat wil je voornamelijk bereiken met je boek?

STIJN: “In het begin was dat heel persoonlijk om vooral mijn leven opnieuw te organiseren en een weerslag te hebben van die periode. Ik besefte vrij snel dat het onmogelijk zou zijn om na tien jaar te verwoorden hoe de situatie nu aanvoelt. Ik dacht ‘Ik moet het nu doen!’.”

“Mijn doelstelling werd wel groter omdat het schrijven begon te lukken. Ik hoop dat ik in mijn boek een aantal inzichten heb kunnen verwerken die ook helpend zijn voor mensen die in moeilijke omstandigheden terecht komen, zoals een revalidatie of leven met een blijvende beperking. Ik wil taal inzetten tegen de beperking. Taal gebruiken om ideeën over te dragen is in het algemeen ook een menselijke manier van omgaan met winst en verlies in het leven.”


Je boek is nu uitgebracht. Wat heb je verder nog in petto voor ons?

STIJN: “Er staan al vijf boekvoorstellingen gepland, waaronder in de K7 waar ik zelf revalideerde. Ik heb er nagenoeg een jaar gewoond. De boekvoorstelling daar wordt heel emotioneel, omdat ik veel lotgenoten zal terugzien waar ik een blijvende band mee ontwikkeld heb.”

“Verder pak ik de mogelijkheden op die zich aandienen, dat is een soort mantra geworden. Als ik een gunstige samenloop van omstandigheden zie, dan ga ik ervoor. Los daarvan wil ik er opnieuw staan voor mijn gezin en wil ik mijn werk terug zo goed mogelijk opnemen.”


Stijns boek 'Tussen hoop en hersenletsel' is onder andere al verkrijgbaar via de website van Standaard Boekhandel.

Van 14 tot 20 oktober organiseert de NAH Liga voor de vierde keer De ‘Week van NAH’. Wat vind je van dit initiatief?

STIJN: “Dat initiatief is enorm belangrijk voor mensen die ermee geconfronteerd worden. Tijdens zo’n week kunnen ze van elkaar getuigenissen horen en dat is belangrijk omdat je na een hersenletsel het gevoel hebt dat je in isolement terechtgekomen bent. Ik zat ook lang in een isolement, daaruit geraken is een heel significant onderdeel van revalidatie. Ik vind dat een lotgenotenvereniging daarom ook echt een bijdrage kan leveren aan het herstel van iemand. Als mensen voelen we de nood om ergens bij te horen, om een groepsgevoel te kunnen ervaren. Een week als ‘De Week van NAH’ draagt daartoe bij.”


Naar schatting 247.000 mensen in Vlaanderen hebben een Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH). Meestal kan je niet zien dat iemand een NAH heeft. Voor de meeste mensen is NAH dan ook een onbekende aandoening. Met 'De week van NAH' wil de NAH Liga daar verandering in brengen.

In en rond de periode van De week van NAH vinden overal in Vlaanderen activiteiten en NAH-cafés plaats. Klik hier voor meer informatie over de Week van NAH en vind een activiteit of NAH-café in jouw buurt.

Delen

      Deze website gebruikt cookies. Sommige cookies zijn noodzakelijk om de website goed te doen functioneren en kan je niet weigeren als je deze site wil bezoeken. Andere cookies gebruiken we voor analysedoeleinden. Lees onze privacy en gebruiksvoorwaarden voor meer informatie.